Uitstap naar Xi’an

Wie rondtrekt in China, bezoekt doorgaans 8 plaatsen: de Verboden Stad, de Chinese Muur, het panda-kweekcentrum, een bergdorp, de regio met rijstvelden, het terracottaleger, het Karstgebergte, en een oude, originele Chinese stad. Heel grofweg geschetst uiteraard.  Nadat we nr 1 en 2 al op onze conto mochten schrijven, overwogen we naar het Karstgebergte te gaan, meer bepaald naar Yangshuo. Het zou een ideale uitstap naar de zeldzame natuur in China zijn, weg van de drukte van Beijing. Omdat het moeilijk is om hotelkamers voor een familie van 5 personen te vinden, had ik enkele maanden geleden al een kamer geboekt voor 4 nachten (met annulatiemogelijkheid uiteraard). Een binnenvlucht zouden we gemakkelijk enkele dagen vooraf kunnen boeken. En dan konden we ook afwachten hoe onze kinderen zich voelden om op basis daarvan te beslissen of we effectief zouden gaan of niet.

Uiteindelijk beslisten we niet op basis van hoe de kinderen zich voelden, maar op basis van het weerbericht. De zomers in China staan bekend om hun hitte, hun regelmatige, enorme regenbuien, en hun smog. Blauwe hemels in Beijing zijn voorbehouden aan de winter, waarschuwt Lonely Planet dan ook. Maar na onze eerste dagen smog genieten we hier nu al weken van blauwe hemels, doorgaans goede luchtkwaliteit en dagelijkse temperaturen van 32°C. En de regen, zo eigen aan Chinese zomers, blijkt zich collectief te storten op Yangshuo. Dag na dag blijkt het daar al nagenoeg onafgebroken te regenen. En het moge stom zijn, maar om die reden alleen al besloten we het hotel te annuleren. (De andere reden is, eerlijkgezegd, dat het ook niet goedkoop is, zo’n binnenvlucht met 5 personen. Het zou richting 2000 euro gaan…). We besloten dan maar om een andere uitstap te maken, die iets meer binnen budget (600 euro) en evenveel binnen interesse lag: met de nachttrein naar Xi’an, om het wereldberoemde Terracottaleger te zien.

DSC_0978

Nachttreinen zijn in China heel algemeen, en je kunt kiezen tussen gewone zetels, hard sleepers, en soft sleepers. Soft sleepers zijn wat je moet hebben: vier planken met een soort zachtachtige matras in één compartiment. Omdat Beijing West, het station dat je er voor nodig hebt, een mierennest is waarvan de structuren voor buitenlanders niet altijd duidelijk zijn (en zeker niet met drie jonge kinderen in je kielzog), kozen we ervoor onze tickets online te boeken via travelchina. Voor een paar euro extra regelen zij je tickets, en voor nog eens een paar euro extra brengen ze ze zelfs aan huis (of hotel). Een ideale oplossing voor ons.

Vrijdag vertrokken we al vroeg naar Beijing centrum. We deden wat sightseeing in de straten, en wandelden via Tienanmen naar het station. Tienanmen bij 37°C was niet helemaal evident, maar het was toch indrukwekkend er even te staan, en de geschiedenis ervan te beseffen. We hoorden verhalen van mensen die vliegeren op het plein, maar die hebben we toch niet gezien. Het is er vooral ernstig, leeg (geen bank of boom te zien op het plein zelf!), en overal is er security. Maar je kijkt er ook een blik op de verboden stad, en krijgt er een prachtige mix van oud en nieuw.

Eens in het station vonden we gelukkig snel de juiste weg, en na de nodige veiligheidscontroles konden we wachten op onze trein. Gezien de hitte, en de overbezetheid van dit hyperdrukke station, doken we noodgedwonen binnen in airco-mcdonalds. Het was onze eerste keer, en aangezien onze kinderen niet eens weten wat hamburgers zijn, was iedereen toch blij met een pakje friet en wat airco. Voor het eerst zagen we zelfs toeristen, wiens afwezigheid de afgelopen twee weken erg opvallend was. Zij leken wel erg blij met Mc Donalds 🙂

Stipt om 20u45 vetrok onze trein. Aangezien kinderen onder 1,20 m gratis reizen, worden ze ook verondersteld het bed te delen met één van de ouders. Aldus sliep mevrouw onderdeappelboom die nacht op een stukje bed van 1.80 m op 30 cm ongeveer. Maar goed, het was ergens ook gezellig, en de kinderen vonden het uiteraard super, vooral deze die boven mochten slapen.

Bij aankomst in Xi’an vonden we meteen een lokale gids die ons met een busje tot bij het Terracottaleger kon brengen. De kinderen stappen ondertussen probleemloos van bus, naar trein, naar metro, wachten soms uren, klagen nooit, lijken zelfs niet te merken dat iets lang duurt, en blijken aldus helemaal ‘reizigers’ te zijn geworden. Toen we er hen een compliment over gaven, keken ze ons volstrekt onbegrijpend aan, alsof ze zelfs niet wisten waarover we het hadden 🙂

Enig nadeel die dag: tegen de tijd dat we bij het terracottaleger aankwamen, was de temperatuur (om 10u ‘smorgens!) al opgelopen tot 35 graden, en nog eens twee uur later zou dat 40 graden worden! En we waren al zo vies en plakkerig van de dag ervoor en het gebrek aan verse kleren op de trein (we dachten die niet nodig te hebben voor zo’n korte uitstap…).  Ik moet eerlijk toegeven dat de hitte ons bezoek sterk beïnvloed heeft: het mooie museum, de aparte kleine beelden, enz. daar zijn we gewoon aan voorbijgevlogen. We hebben ons stomend van pit 3, naar pit 2 en uiteindelijk de beroemde pit 1 gesleept. De ervaring van een achtste wereldwonder is aan ons met natgezwete onderbroek, transpiratiedruppels die langs ons gezicht en benen naar beneden gleden, buggy en fototas, zweterige kinderhandjes, en met elk een literfles water in de hand hier en daar toch jammer genoeg voorbij gegaan. De grote meute volk maakt het ook al niet zo eenvoudig te genieten.

DSC_0998

Maar: daar waar we de kans kregen even vooraan te staan, waar we de plekken kozen waar de anderen niet gingen (een zijaanzicht bijvoorbeeld) raakten we toch sterk onder de indruk van de levensechtheid van de figuren, de verstilling ervan, de kunde, en de pracht ook. Er waren veel minder beelden dat ik gedacht had, maar ze waren veel prachtiger dan ik gedacht had ook. En ook de kinderen waren zeer blij dat ze ‘de soldaatjes’ waarover ze in het sprookjesboek gelezen hadden, nu ook in het echt hadden gezien.

DSC_0001

We kochten nog enkele typische replica’s (leuk voor op hun kamertjes), werden door de hitte nu zelf ook een beetje onbeleefd tegen Chinezen die ongevraagd foto’s namen en onze kinderen in posities wilden sleuren, en zeiden ‘no no no’ tegen onze gids die telkens vroeg: ‘want to see falmer-foundel?’ ‘want to see local village?’ ‘I show you entlance.” NO NO NO! Warm weer, het doet wat met een mens, en gelukkig wezen we elkaar regelmatig terecht om beleefd en goedgezind te blijven.

Op de terugweg stopten we nog bij de Huaqing Hot Springs. Moge gek klinken bij 40 °C, maar zelfs de warme bron was verkoelend die dag, en de tuin met zijn granaatappelbomen, pagodes en gaanderijden de ideale verpozing.

DSC_0064

Daarna ging het terug naar Xi’an. Nog even de oude muren bewonderen (ooit waren alle Chinese steden ommuurd!), en dan maar richting station om opnieuw de juiste ingang, security-check en wachtzaal te vinden. Uiteindelijk waren we er twee uur te vroeg, en opnieuw doorstonden de kinderen met een lach en een glimlach de lange wachttijd (een lolly kopen helpt daarbij wel gedurdende een kwartier :-)). Ondertussen waren we werkelijk vies, ik kan het niet anders zeggen. Zweten, geen kans krijgen je te wassen, Chinese WC’s, Chinese WC’s in stations (de geur blijft nog uren om je heen hangen, en dan mag je blij zijn dat je nog niet rondgekeken hebt) en gebrek aan eten (er werden alleen heel zoete spullen en een soort aiki-noedels verkocht, maar we vertrouwden de kraantjes ‘boiling water’ om het mee op te warmen toch niet helemaal…), eisen al snel hun tol. Toch, ook al klinkt het misschien niet zo, waren we allemaal erg tevreden over onze uitstap, en was het bij de kinderen weer één en al opwinding en plezier toen we weer in onze slaapwagon stapten.

En toen we deze morgen terug in ons huis aankwamen, en met ons vijf de douche inrenden, onze vieze kleding in de wasmachine zwierden, en aanvielen op het brood van de Duitste bakker dat hier in de buurt te koop is, vroegen we ons af: zijn we nu slechte reizigers geworden? Zijn we dan geen echte rugzakmensen meer? En hoe doen andere gezinnen dat met kinderen die rondtrekken? Zweten ze gewoon minder? Kiezen ze hotelletjes met fatsoenlijke douches om dergelijke uitstappen te compenseren? Was het uitzonderlijk warm of zijn we gewoon slap? We zijn vast van plan om het antwoord te ontdekken 🙂

 

Advertenties

Een modern stukje China

In 2008 was China gastland voor de Olympische Zomerspelen. Deze gebeurtenis was voor de Chinezen gigantisch belangrijk: het was het bewijs voor de snelle economische groei en een bevestiging van het wereldwijde belang van het land. Er moesten stadia, wegen, een olympische dorp, hotels, hoogbouw, extra metrolijnen en een totale heropvoeding van het land komen. Waar in 2005 nog maar 3 metrolijnen in Beijing waren, zijn er dat vandaag de dag 15, waarvan de voornaamste er in 2008 al waren. Voor zover de inwoners van Beijing het nog niet zelf hadden waargenomen op tv, kwamen er extra borden om spuwen en andere ‘ongemanierdheid’ af te leren. Duizenden Chinezen vonden werk, en talrijke architecten werden aangetrokken om prachtige bouwwerken af te leveren, waaronder het bekende vogelnest (het olymptisch stadion) en The Cube (het gebouw voor de watersporten).

DSCN0677

Het verging de Olympische arena in China niet anders dan die van andere gastlanden: 6 jaar na datum is het een behoorlijk verlaten terrein. Ondergrondse parkings en roltrappen zijn afgesloten en transformeren geleidelijk aan tot vuilnisbelt. De enorme lanen en tweevaksbanen rondomrond zijn leeg. Stoplichten gaan aan en uit, zonder dat iemand aan komt rijden of wil oversteken. Het groene, olympische bospark wordt nauwelijks bezocht. Alleen The Cube en het Vogelnest trekken nog heel wat toeristen aan. Waaronder ook wij.

DSCN0669

Beijing doet dan ook goede pogingen om het terrein interessant te houden. De prachtige verlichting ’s avonds doet heel wat toeristen uitwijken naar de Olympische site, en het voormalig watersportcentrum werd omgebouwd tot het ‘Beijing National Aquatics Centre’. Je kan er baantjes zwemmen, het competitiebad bekijken, en je laten onderdompelen in de waterpret van het Happy Magic Water Park. En dat wilden wij wel eens proberen, met de idee een dag op maat van de kindjes te houden.

DSCN0714

Vooreerst: Baantjes trekken kost 50 RMB (zo’n 6 euro), maar het waterpark bleek 260 RMB te kosten! Kindjes vanaf 1.20 meter betaalden 230 RMB, en kindjes kleiner dan 1.20 zijn gratis. Voor de gelegenheid liet ik de jongste aan mijn hand stappen, en kroop dochter op mijn arm. Zo ziet ze er toch wat kleiner uit, en kon ze ook gratis binnen. Bracht het totaal toch nog op 750 RMB (bijna 100 euro!!!). Maar goed, het zou een unieke ervaring zijn, en we hadden nog iets goed te maken aan de jongste zoon voor wiens verjaardag we een cadeau waren vergeten kopen 😦

Toen waren we in het zwembad (na de, overigens, gezamenlijke kleedkamers voor vrouwen en mannen apart; geen gêne in dit land onder gelijke sexen!). Het moet gezegd: het was prachtig! De illustraties, de verlichting, de kleuren van de glijbanen, enz. Het is een watersprookje! Wat echter ook een sprookje blijkt: chinezen en zwemmen.Chinezen kunnen niet zwemmen. Ze leren dat niet op school. En wat doen honderden Chinezen dan in een waterparadijs? Simpel, ze doen wat Chinezen graag doen: ze installeren een podium naast het centrale bad, en een reuzegroot televisiescherm. Op dat podium doen verschillende identiek uitgedoste gangnamstyle-achtige groepjes playback-optredens, in rode pakjes, met veel gebaartjes en pasjes, en een volume dat dat van onze Vlaamse foren ver overstijgt. De Chinezen staan rechtstaand in het bad te luisteren, de meeste in zo’n grote ronde, gele of roze zwemband. Ze wiegen op de maat van de muziek, en enkele waaghalzen vooraan, die tot hun oksels in het water durven staan, gillen verrukt als er een golfje opsteekt. Wanneer de muziekgroepjes pauze nemen, komt er voetbal op het grote scherm. Op hetzelfde volume. En de Chinezen blijven kijken.

DSCN0695

Nadat we een kwartier verbluft hadden staan kijken, schreeuwden we elkaar toe dat we een andere plek zouden proberen. Na het passeren van diverse worst- en andere fastfoodkraampjes, bereikten we een deel van de waterglijbanen. De meeste ervan zijn er waarin je in een zwemband moet zitten. Ah ja, dan moet je niet kunnen zwemmen. En ook de andere komen nooit uit in het zwembad, maar eindigen – na een lange uitloop – droog. Logisch, als je niet kan zwemmen.

Met nog wat meer geschreew togen we terug naar de peuterafdeling, een heerlijk ondiep bad vol glijbaantjes, en paaltjes. Alleen vonden ze het nodig om daar plots overal water uit te laten spuiten. Spuiten, zoals in: met hoge druklans. En overal zoals in: uit meer dimensies dan je ooit hebt geleerd. Bijgevolg: je kon geen glijbaan meer op. Gelukkig waren er rondomrond wel kleinere fontijnen, watergordijnen e.a. waardoor de jongste spruit zich uiteindelijk enorm geamuseerd heeft. De oudsten bleven echter gewoon wachten aan de kant tot zoon uitgespeeld was.

Op weg naar buiten zagen we nog het baantjesbad, dat aangekondigd stond als ‘opwarmbad’. Zowat 5 banen ervan waren bezet door ongeveer 20 à 30 baantjeszwemmers. De andere 5 waren overspoeld door Chinezen die gezamenlijk, in afgesloten perkjes, rek- en strekoefeningen deden. Om voorbereid te zijn op het optreden in het grote bad, allicht…

DSCN0699

De oudste onderdeappelboompjes hadden er maar één iets op te zeggen: ‘Dit is het stomste zwembad ter wereld!’. Gelukkig mochten ze de volgende dag weer oude monumenten mee gaan bezoeken 😉

(foto’s genomen door de kindjes, met hun toestelletje, door glas (we waren toen al uit het zwembad)).

 

Als geschiedenisboekjes realiteit worden

Eén week Beijing, en we kunnen nauwelijks geloven dat het nu even warm is als bij aankomst. Waar we toen al op de grond neerstortten bij het zien van de zon alleen al, wandelen, klimmen en fietsen we ondertussen door de hitte alsof het een aangename 22°C is (en met het oog op het weerbericht in België, weet ik dat zelfs dat aantrekkelijk klinkt voor jullie). Maar het is minstens 10 graden meer nu, en nu de smog na enkele dagen (gelukkig!) plaats gemaakt heeft voor blauwe hemels, is de hitte zelfs des te feller. Het enige opvallende: we drinken makkelijk 2l water per persoon per dag, en daar bovenop regelmatig grote hoeveelheden frisdrank (omdat je in de warmte nu eenmaal weinig honger hebt en frisdrank met zijn suiker wat energie geeft). Die hoeveelheid vermenigvuldigd met vijf personen, en je weet wat hier aan drank verzet wordt op een dag. Maar Beijing dus, wondermooi Beijing!

Sinds ons bezoek aan de Verboden Stad (dat bij de kinderen als bijzonder leuk is bijgebleven) trokken we al naar verschillende andere trekpleisters, waaronder het Zomerpaleis. Dit werd opgetrokken voor de keizers van China, die in de hete zomermaanden verkoeling zochten buiten hun door muren omgeven gevangenis van hitte. Het zomerpaleis ligt iets buiten het centrum van de stad, bestaat uit een gigantisch handgegraven meer, en talrijke paleizen en pagodes. Het is prachtig, het is koel, maar het was in ons geval helaas ook de bestemming van een aantal minder beleefde chinezen, die het nodig vonden aan de armen van de kinderen te sleuren, hen te dwingen te poseren, en ons – ouders – fototoestellen in de handen te drukken om hen samen met onze kinderen te fotograferen. Hier hebben we de grens getrokken: poseren voor Chinezen die het vriendelijk komen vragen: altijd. Maar kinderen dwingen, ons zelf foto’s laten nemen en hen ons in slagorde laten opstellen: neen. Gelukkig hebben we dergelijke situaties niet meer meegemaakt daarna. Maar het zomerpaleis zelf is fantastisch! Met een waterfiets trokken we het meer op, en fietsten moeder en vader zich halfdood rond het eilandje en door de prachtige brug (stroming! wind!). De lange gaanderij is buitengewoon, en de marmeren boot een pareltje van verbluffing: zowel om de kunde, als om de buitenissigheid van het idee een marmeren boot te laten bouwen.

DSC_0156DSC_0178

In de dagen na deze trekpleisters hielden we het wat rustiger, sprongen we op de fiets, en reden we door een nabij gelegen hutong. Hutongs zijn de oorspronkelijke manier van wonen in China. Dit is het China uit de tijd van mijn Segalen-boek, van 1908, maar makkelijk nog veel verder; uit de tijd van de jaren ’60 zelfs, waarna alles minder in stand werd gehouden, vernield ten koste van de modernisering. Het is een schande. En tezelfdertijd vraag je je af: wat als het Chinese bestuur effectief alle hutongs behouden had en niet op de economische trein van hoogbouw en industrie was gesprongen? Waar zou China vandaag dan staan? Wat gebeurt er met een stad of een land als er geen gekke maar visionaire leiders zijn? Wat is er van Brussel geworden door het gebrek aan visie? Wat kan van een stad worden bij gratie van visie? Ik weet het, de balans is in Beijing doorgeslagen naar het andere uiterste. Geleidelijk aan echter beseffen de Chinese jongeren èn hun bestuur dat het tijd is om een halt toe te roepen aan de vernieling. En aldus wordt één en ander met liefde (en zin voor handel!) gerestaureerd of opengesteld voor toeristen. Aldus de hutongs, de oorspronkelijke stadswijken met hun kleine straatjes, en hun identieke huizen met binnenplaatsen. Ze zijn een kleurrijke, geroezemoezige, groezelige, geurige, heerlijke plaats om doorheen te gaan. We bezochten er ondertussen al meerdere , met de fiets en te voet, en het is telkens een fantastische belevenis voor de zintuigen (en voor onze dorst: we verslinden elk een liter vocht op zo’n tochtje van een uur).

DSC_0358

Gisteren stond één van de grootste attracties aan de rand van Beijing op ons programma: de Chinese Muur. Het is een algemeen weetje ondertussen: er is niet één Muur, maar verschillende stukken, en lang niet alle stukken zijn makkelijke bezoekbaar. Badaling is de grootste toeristische trekpleister, waar de meeste bussen uit het centrum van de stad heen gaan. Mutianyu is de volgende grootste toeristische trekpleister, en daarna zijn er  nog heel wat andere, niet gerestaureerde plekken van prachtige stukken Muur. Wij kozen voor Mutianyu om verschillende redenen. Eén: met een kleuter van drie zien we klauteren op ongerestaureerde stukken niet zitten. Twee: er gaat een kabellift omhoog, dus we moeten ons niet buiten adem klimmen (met drie kleine kindjes). En drie: je kunt met een tobogan terug naar beneden: amusement verzekerd.

Het bleek een fantastische keuze: de kabellift was akelig hoog en wild in de natuur, maar buitengewoon indrukwekkend (het was een soort stoeltjeslift zoals op skipistes; niet de bakjeslift die daar ook voorzien was). De muur zelf was goed begaanbaar. Lonely Planet doet wat minachtend over de perfecte restauratie, en inderdaad was de ondergrond net iets te glad om goed te zijn (er schijnen zelfs plekken te zijn die gerestaureerd zijn met badkamertegels!), maar daardoor kunnen heel wat mensen, waaronder onze kindjes, een fantastisch stuk geschiedenis ontdekken. En bovendien: als die Ming of Qing-krijgers gladde stenen tot hun beschikking hadden gehad, dan hadden ze die toch wel verkozen zeker?

Het bezoeken van de Muur was bijzonder ontroerend. Net als bij de Verboden Stad was mevrouw Onderdeappeloom overvallen door emoties. Je leert erover; je ziet het op plaatjes, en dan ben je er plots. En het is in alle opzichten groter, mooier, indrukwekkender dan wat je er ooit over las. Ik zou er, net zoals meneer onderdeappelboom, dagen hebben kunnen op rondwandelen. Met de kinderen erbij bleef het tot anderhalf uur beperkt. Maar ze wilden er toch vanalles over weten. Vooral de oudste zoon raakt maar niet uitgevraagd over het nut van de muur, waarom het de krijgers uiteindelijk niet tegen kon houden, hoe ze boven in de toren raakten, waar de bewakers sliepen, enz. Het is- uiteraard – een plezier om te horen en te antwoorden. Dochter vraagt veel minder, maar je kan aan haar gezicht dan zien dat ze geniet. En de kleinste zoon had trapjes, meer moest dan niet zijn voor hem. En: ze spreken zelfs van teruggaan, later deze vakantie! En wat de toeristen betreft: er waren er, heel wat, maar de muur is zo uitgestrekt dat we totaal niet het gevoel hadden temidden de mensen te zitten. Ik zou het bijna rustig noemen, en Mutianyu absoluut aanraden voor gezinnen met kinderen.

DSC_0406

Naar beneden stapten we in op de tobogan. Meneer onderdeappelboom ging met de oudste zoon, en ik zou met de twee andere kindjes gaan, maar dat mocht niet. Maximum twee personen per sleetje, werd ons duidelijk gemaakt. De mannen die hielpen opstapten gebaarden dat ik het zelf maar moest uitzoeken, en toen ik voor de 100 man  die stond aan te schuiven luidkeels schreeuwde: ‘Anyone English? Anyone who can take my daughter?’ konden ze niet genoeg lachende tanden en opgestoken duimen laten zien om dit initiatief te appreciëren. (en achteraf pas dacht ik: hoe stom, wat een idiote reflex: waarom vroeg ik niet of iemand Nederlands sprak? Maar nee, in een ander land schakelen we over op Engels :-(). Hoe dan ook: de rit naar beneden was super leuk, ook voor dochter, die toch erg moedig was om zomaar met een vreemde jonge vrouw op een attractie te stappen die ze helemaal niet kende. En eveneens opvallend: 99 % van de zitjes zat vol volwassenen, die nochtans ook op de kabellift naar beneden konden. Maar ook grote mensen gaan graag nog eens op de kermis 🙂

En de komende dagen: nog meer Beijing, en daguitstappen vanuit Beijing. En binnenkort een uitgebreide beoordeling van het bezoeken van China vanuit een vaste standplaats.

De kinderen: die doen het fantastisch. We merken wel dat ze meer genieten van het bezoeken van historische monumenten, dan van marktjes, straatjes en steegjes. Niet omdat ze zo’n historische wonderkinderen zijn (dat zijn ze uiteraard 😉 😉 ), maar wel omdat dat een vast omlijnd gegeven is: we gaan naar die plaats, met die toren. Kuieren daarentegen is een onbestemd rondwandelen, en dat ligt hen minder. We maken er wel een punt van om hen altijd de weg te laten kiezen, en hen braaf te volgen, maar desondanks is één doel meer op hun maat dan het simpelweg slenteren en in je opnemen van sfeer. Geen probleem: nog tal van doelen op onze route!

Welcome to China, the wheather is suffocating today

We moeten onszelf regelmatig eens in de arm knijpen om te geloven dat we er echt zijn. Net nog bekeken we de foto’s van onszelf in de Verboden Stad, en nog lijkt het alsof het een andere familie moet zijn. Maar we zijn er. Echt. Een paar dagen zelfs al!

Op donderdag pakten we de laatste spullen in, en op vrijdagochtend maakten we warempel nog alle vloeren schoon, maaiden we het gazon, en lieten we op tafel een map vol foldertjes, een gids van 11 bladzijden over ons huis en de omgeving, en een fles wijn, fruitsap en richtlijnen voor de quiche in de diepvries voor hen achter. Huisruilen is niet alleen je zelf voorbereiden op een ander land, maar je huis ook helemaal klaar maken voor anderen, en er voor proberen zorgen dat ze zich thuis voelen. En daar gaat heel wat tijd in. “Andere mensen doen de voorjaarsschoonmaak”, zei meneer onderdeappelboom, “en wij doen de huisruilschoonmaak.” Blij dat dat ook eens gebeurd is.

Vrijdagochtend werden we door het buurmeisje vakkundig uitgezwaaid richting luchthaven, en eens op de luchthaven aangekomen waren we in een kwartiertje doorheen check-in, bagage-controle en douane. Een uurtje vliegtuigkijken later gingen we al aan boord. De oudste zoon had wat angst, de dochter zag het allemaal zitten, en de kleinste zoon vroeg voortdurend ‘zijn we al in de lucht?’. Maar ook voor de oudste zoon ging het, eens voorbij de nieuwe bocht die vliegtuigen vanop Zaventem nemen, allemaal fantastisch. De extra vier toeren boven Londen, wegens geen plaats op de landingsbaan, vonden ze heerlijk. Alleen waren we daardoor wel véél later dan gepland op de luchthaven. Waar het ons plots daagde dat we nu maar een half uur meer hadden om de overstap te halen. Help!

Wat volgde is een helse slooptocht van hollen, lopen en sleuren, trappen af en roltrappen op, enkele liften in, zowaar een monorail halverwege (‘you simply stay in terminal 5’, jaja, amehoele, terminal 5 is groter dan 20 shoppingcenters bij elkaar), kindjes die ongelooflijk flink de hele weg meerenden, een mevrouw onderdeappelboom die bij de controle van de handbagage (waarom moet die een tweede keer worden gecontroleerd?) wars van alle beleefdheid aan iedereen vroeg: ‘Are you in a hurry to cath a flight? No? Well, we are’, en met die woorden de ene na de andere achteruit duwde, en nog weer een kilometer verder een vrouw van British Airways bijna bij haar nekvel greep en schreeuwde: ‘Call the flight to Beijing and tell them we’re coming’. Exact een minuut na sluitingstijd van de gate stormden we met ons vijf binnen èn… we mochten netjes op het vliegtuig. Vreugde alom!

DSC_0033

Wat volgde is een piekfijne vlucht, genietende kinderen, uiteindelijk zelfs slapende kinderen, en vijf montere gezinsleden. Enige tegenvaller: onze bagage had blijkbaar niet dezelfde stromloop als wij ondernomen, en was er niet bij. Maar niet getreurd: de chauffeur die ons gastgezin voor ons had geregeld stond netjes en lachend klaar, en korte tijd later waren we in ons tijdelijke huis, waar limonade, thee, wijn, zout en koekjes voor ons klaarstond, en de boodschap dat we brood, eitjes e.a. uit ijskast en diepvries mochten nemen. Dat was een welkom gevoel!

De dag van aankomst probeerde we te wennen aan de loden hitte en hoge luchtvochtigheid, en niet te vergeten de smog, en verkenden we het huis, en deden we een middagdut om de jetlag te bestrijden.  Toen de ochtend van dag twee nog geen bagage was aangekomen, werd het wel al wat vervelender. Vanuit België liet het gastgezin weten dat we gerust in hun kasten mochten zitten om ons te behelpen. Meneer onderdeappelboom nam er een T-shirt en wat zonnecrème, stapte resoluut de deur uit, en maakte daar aan een taxi armenmaaiend duidelijk dat hij naar de luchthaven wou. Bij taxi vijf lukte dat ook, en een dikke twee uur later was hij terug, mèt bagage.

Ondertussen had mevrouw onderdeappelboom met de kinderen de fietsen in de garage getest, en hadden we de weg naar het nabijgelegen zwembad gevonden. Van zodra meneer onderdeappelboom thuis was, stoven we met onze fietsen de deur uit (hijg hijg, zweet zweet), en sprongen het buitenzwembad in. De volmaaktheid!

En ja, misschien zijn het twee verloren dagen geweest, door dat bagage-euvel, maar we zijn er ook de jetlag in kwijtgeraakt, en met kinderen moet je nu eenmaal traag reizen.

Maar vandaag was het dan eindelijk zo ver: we bezochten de Verboden Stad. Nu hadden we ons veel scenario’s voorgesteld, van de slechtste met bokkige kinderen tot de beste met tevreden kinderen, maar de realiteit oversteeg ver het beste scenario: we wandelden uren in de hevige hitte, we plakten en zweetten en sjokten, en we genoten, tot en met, alle vijf. De kinderen zagen de troon waar ze vooraf over gelezen hadden, we zogen de ruimte van de pleinen in, en we vroegen ons af hoe iemand er gelukkig kon zijn. Maar magisch om er te zijn!

DSC_0055

Voor het eerst maakten de kinderen ook kennis met de interesse van chinezen voor blonde haartjes. Dochter ging als een filmster overal poseren, oudste zoon liet het gewoon toe, en de jongste wisselde af tussen toegeven en omkeren. Voor elke foto die wij namen, namen de chinezen er 100 van ons, en waar we ook maar gingen zitten werd er gewezen naar onze blonde haren, kreten geslaakt bij het zien van de krulletjes van de jongste, en werden tientallen tablets en Iphones uitgehaald. Wel vroegen ze telkens heel beleefd of het mocht, en een eventuele neen was geen enkel probleem.

Net voor het naar huis gaan doken we onze eerste chinese eettentje in, bestelden enkele onherkenbare gerechten, en zagen hoe zelfs de kinderen erop stonden met stokjes te eten en giechelend van alles proefden.

Wat een dag. Wat een heerlijk geslaagde tijd.