“Breng geen spiraalmatras mee, en ook geen kachels.”

Bovenstaande woorden schrijft Victor Segalen vanuit China aan zijn vrouw op 7 december 1909. En hij voegt eraan toe: ‘Maar wel zo veel ondergoed als je wilt – voor ons allebei een warme schippersjersey en een dito jersey onderbroek. Twee of drie paar wollen sokken. Een rok met een split.’

Over die rok met split schrijft hij wel vaker, zo ook al op 27 september 1909, met een uitgebreide inleiding: ‘Ik denk dat je beter niet in amazonezit kunt rijden, dat is alleen maar een mondaine en zeer ongemakkelijke houding. In China zul je niet in kalme draf over een brede weg rijden, en niet op een paard dat je in iedere tred even soepel draagt, maar in de bergen of over smalle paadjes, op een pony met een onregelmatige gang, die af en toe zal uitglijden in de modder of over stenen, en waarbij de amazonezit onhygiënisch, onpraktisch, vermoeiend en gevaarlijk zou zijn. Trouwens, veel vrouwen rijden tegenwoordig schrijlings, en dat is ook verstandiger. Zorg dus voor een lange rok met split.’

Met de raad van Segalen indachtig, kunnen we zo langzamerhand aan inpakken denken. Op reisfora worden vrolijke en aanstekelijke wedstrijden ‘om-ter-weinigst-meenemen’ gehouden. Zeker als je richting het Oosten gaat, is dat goed mogelijk. De algemene stelling lijkt te zijn dat T-shirts en slaaptenue één en hetzelfde zijn, je de sokken, warme pull en warme broek alleen moet meenemen voor op het vliegtuig, een sarong heel goed handdoek, rok èn kleedje vervangt, èn de enige beschermkleding die je nodig hebt een regenjas is (in de wetenschap dat je desondanks toch kletsnat gaat worden bij een tropische bui). We gaan ons daar vrij trouw aan houden: drie zomerse tenues voor elk, een regenweer-tenue, een extra warme pull, één of twee pyjama’s per persoon (in de zomer zijn die toch vederlicht) en een regenjas voor elk.  En dan nog een stapeltje onderbroeken natuurlijk, en ik geloof dat mevrouw ook een extra bh wil meenemen 🙂

Medische zaken? Jawel: de onvermijdelijke deet natuurlijk, waar we toch voorzichtig mee willen zijn. Spullen tegen diarree. Nog spullen tegen diarree. Veel spullen tegen diarree. En dan nog wat pleisters, compeed, een verbandje, dafalgan, ontsmettingsmiddel, enz. Ook geen karrenvracht. Het grootste gewicht zal worden ingenomen door de aerosol en medicijnen van dochter onderdeappelboom, die een heel lichte vorm van astma heeft. We gaan voor vertrek nog even bij de kinderarts langs om te horen wat we kunnen verwachten met de slechte luchtkwaliteit, hoeveel medicijn we zelf mogen toedienen, en vanaf wanneer we een dokter moeten inschakelen. We weten dat min of meer, maar het is goed om misverstanden vooraf uit te sluiten. Het huis waar we verblijven heeft gelukkig luchtreinigers hangen, waardoor we minstens binnen schone lucht ademen. En een prof chinees die ik via het werk ken, heeft voor ons de aandoening en medicijnen van dochter onderdeappelboom naar het chinees vertaald. Dat papier nemen we mee, in de hoop het niet nodig te hebben.

Voor de hygiëne: tandpasta en tandenborstel, 1 flesje shampoo (we kopen de rest daar wel), lenzenvloeistof en heel veel zonnecrème factor 50; met minder gaan wij de deur niet uit; inclusief zonnehoedjes voor iedereen.

Bovenstaande zaken passen probleemloos in een tas van 60 l. En dan is er de handbagage, die wel eens een pak zwaarder kan worden dan de ‘echte’. Daarin moet immers een karrenvracht aan eerste leesboekjes, stickerboeken, kleurplaten, enz. omdat we helemaal niet weten hoe de kinderen de lange vlucht zullen doorkomen. Daarnaast wil je laptop, ereader, fototoestel en tablet liefst ook in handbagage. Voor de kleinste uk gaat er voor alle veiligheid een lichtgewicht buggy mee. Ook handbagage. En dan nog wat lollies (voor bij het opstijgen), flesjes water en een noodrantsoen van propere onderbroekjes en gezonde koeken, voor als de bagage ergens zou blijven steken, het eten niet te vreten blijkt, het toilet niet tijdig wordt gevonden, enz. En vanzelfsprekend willen meneer en mevrouw onderdeappelboom weer veel te veel boeken meenemen…

Rest ons alleen de vraag of we onze rugzakken meenemen, of toch handiger af zullen zijn met reistassen op wieletjes. Wordt vervolgd…

China: alles begint met een boek, ook voor kindjes

“Ik ben zo’n vermoeiend type dat de hele dag moet roepen hoe mooi en prachtig alles is, en aangezien wij beiden vrijwel hetzelfde mooi of lelijk vinden, kunnen we – mits ik op gezette tijden mijn mond houd – heel aardig samen reizen.”

Het is één van de eerste zinnen uit het boek dat meneer onderdeappelboom mij aanreikte, en ik was meteen verkocht. Meneer onderdeappelboom bezit de hele reeks ‘in een rugzak’ van Dolf De Vries, en het boek ‘China in een rugzak’ bleek hij al in 1991 gekocht te hebben. Dat is maar liefst 23 jaar geleden!! Ik verzeker je, meneer onderdeappelboom was toen nog behoorlijk piep, maar blijkbaar toch al helemaal in de ban van reizen. Of van Dolf de Vries. Dat kan, want zijn reisboeken lezen dan ook niet als reisgidsen, maar als boeken over ‘wat is dat om op reis te gaan?’. Als je ook maar enigszins van reizen houdt, en lang of kort geleden nog de rugzak omgegespt hebt om (meer of minder) verre reizen te maken, dan raad ik je ‘China in een rugzak’ zeker aan. Je krijgt er geen precies beeld bij van de omgeving, kostprijs, of goede hotels, maar wel portretten van verschillende types reizigers en mensen, een inkijk in het wel en wee van rugzakreizen, en een ontwapende zelfkritiek van een auteur die van zodra hij ernaar neigt de pedante Hollander uit te hangen zichzelf meteen tot de orde roept. Je moet er niets van China voor kennen, en zelfs geen wens hebben om China te leren kennen (al gebeurt dat gaandeweg wel). Op de bekende bol-website krijg je bovendien gratis 10 bladzijden inkijkexemplaar.

Na de zoete inleiding was het tijd voor het echte werk: de lonely planet uiteraard, al was het maar voor de correcte info over bustijden en treinprijzen die je erin vindt (wat handig zou kunnen zijn in een land waarvan niet alleen de taal, maar ook de cijfers en letters volstrekt nietszeggend zullen zijn voor ons).  Lonely Planet kan haar correcte up-to-date info garanderen omdat ze niet alleen betrouwbare auteurs ter plaatse stuurt, maar ook vertrouwt op de commentaren van al even betrouwbare reizigers. Toen wij in Bangladesh waren, noteerden we nauwgezet alle moeilijk te verkrijgen info over de grensovergangen met India, en stuurden die daarna ter correctie aan de redactie. Onze aanpassingen werden in de nieuwe editie opgenomen, en als dank mochten we een gratis Lonely Planet uitkiezen. Dat was bij deze geregeld 🙂

De bib bracht ons nog wat specifieke gidsen over Beijing, en vervolgens was het tijd om aan de kindjes te denken. Het eerste boekje, dat ik leerde kennen via de website ‘verre reizen met kinderen‘, is ‘ikke gaat vliegen’. Ook hier biedt bol een inkijkexemplaar. Het is een boekje op maat van peuters en kleuters, en ons kleinste appeltje vindt het geweldig. Na het verhaaltje één keer aanhoort te hebben, vertelt hij het nu elke avond aan ons. Bij de eerste bladzijde, waar ikke thuis in haar tuintje staat, vertelt hij steevast: ‘eerst moet je door het stro stappen’. Hij is ondertussen ook overtuigd dat hij een taartje zal krijgen op het vliegtuig èn dat iedereen in de vertrekhal met mondhoeken tot op zijn schoenzolen zal staan van het lange wachten.

Voor de groteren is er het boek ‘In een land hier ver vandaan‘. (jawel, inkijkexemplaar). Het is een sprookjesboek, maar dan eentje waarbij elk sprookje onopvallend ingaat op een stukje geschiedenis: of het nu Machu Pichu of het terracotta-leger is, in het boek wordt het verteld als een sprookje van een drietal bladzijden; ideaal om voor te lezen voor het slapengaan. De oudste onderdeappelboompjes kunnen er alvast geen genoeg van krijgen.

Maar ook voor kinderen bestaat ‘het echte werk’: de lonely-planet-reeks ‘verboden voor ouders‘. Het is niet wat ik voor ogen heb als de ideale reisgids voor kinderen, maar de schreeuwerige prentjes trekken de aandacht, en weken vragen en verhalen los. En dat is natuurlijk nooit slecht.

En dan zijn er natuurlijk de reisromans. Boeken door Chinese auteurs, boeken over China, boeken om mee te nemen naar China. Voor de kleintjes kochten we heimelijk wat boekjes-op-maat die we zullen bovenhalen als er verveling opduikt, zelf lieten we ons in de reisboekhandel De Pauw Huilt, en Les Lettres de Chine aanraden. Die eerste gaat mee om op reis te lezen, die laatste las ik ondertussen al in vertaling. De auteur is Victor Segalen, een Franse arts die in 1908 naar China reist. Een half jaar later reist zijn vrouw hem achterna, en ze blijven er 7 jaar wonen, tot Segalen verneemt dat de eerste wereldoorlog is uitgebarsten, en ze naar Europa terugkeren. Segalen gaat zelfs aan het Vlaamse front werken! De brieven zijn enkel deze die hij aan zijn vrouw stuurt. Ze zijn merkwaardig modern en sensueel, afgewisseld met te informatief en irritant, waarna weer grappig, intrigerend, heerlijk en vervelend. Ze bieden een kijk op een land dat in 100 jaar tijd een evolutie van 1000 jaar heeft afgelegd (de verboden stad was nog verboden toen Segalen in Peking woonde!), een man die met een moderne visie op erfgoed een vrijwel onbekend land heeft ontdekt (hoewel hij er niet voor terugdeinst ergens halverwege een boeddha te onthoofden), en tezelfdertijd een vleugje bourgeois van voor de wereldoorlogen toont (zelfs op bergpassen in China).  Zeer aan te raden.

En verder kan ik nog heel veel leestips gebruiken (niet over China, gewoon om mee te nemen is goed) èn begint dit wel ver af te wijken van een tuinblog, waardoor ik de reisstukjes misschien eens in een satelliet moet gaan steken…

Huisruil: de keuze

En zoals dus gezegd: ‘een week later konden we ruilen met Barcelona,  Portugal, Noorwegen, Denemarken, Ijsland, Canada (2x), Amerika (3x) en met een Hollands gezin. En in de weken die erop volgden kregen we alsnog verzoekjes (dus geen antwoord op onze vraag, maar op hun initiatief) voor huisruil met mensen uit Frankrijk, voor weekendjes of paasvakantie in Nederland, en zelfs een familie uit hartje Parijs die hun kersttijd wel eens buiten de stad wilde doorbrengen. Dus restte ons niets anders dan wat conversaties op te starten, en uiteindelijk te kiezen…’ (zie het eerste stukje)

Meneer onderdeappelboom nam de honneurs waar, terwijl ik weer even in het werkleven verdronk. Maar we overlegden wel: Berkeley werd afgeschreven wegens teveel zand, Barcelona omdat het een appartement bleek, Ijsland wegens te koud, en Noorwegen wegens ook wel heel ver weg van Oslo. Bleven toch nog een aantal aantrekkelijke alternatieven over. Portugal leek mij meteen een fantastische plek, maar ook Denemarken had zijn aantrekkingskracht. En het hield niet op: de Hollandse familie bleek namelijk helemaal niet meer in Nederland te wonen. Ze bleken expats. In China!

Ik moest uiteraard even lachen, toen meneer onderdeappelboom zei dat we naar China konden als we wilden. En ook Australië dook plots op. Maar dat zou uiteraard niet alleen helemaal ingaan tegen het oorspronkelijke idee van ‘laat het iets goedkoper zijn dan Italië’, maar bovendien was het ook heel ver vliegen èn was het misschien lang zo ecologisch niet (daarover later meer). Los daarvan: hoewel ik (samen met meneer onderdeappelboom) altijd de eerste ben om te zeggen dat we onze vroegere rugzakreizen zo missen, dat we zo graag nog een stuk van de wereld willen zien, dat we het immens belangrijk vinden om onze kinderen andere werelddelen te tonen om hen begrip, verdraagzaamheid en bewustzijn mee te geven, om hen te tonen hoeveel mogelijkheden van leven er zijn,… ondanks dit alles, spreekt het voor zich dat je dat niet doet op een ogenblik dat de oudste kindjes 7 zijn en de jongste pas 3. Integendeel: de gedachte alleen al deed mij kokhalzen van angst. Op deze leeftijd zet ik mijn kroost het liefst op een stoeltje héél dicht bij mezelf, beschut door liefhebbende armen, en tegen het zachte kussen van (het minieme beetje dat overschiet van) moeders boezem. En wil ik  NIET op een verre reis. Laat staan een ander, weinig bezocht continent. Angst! En principes over ver reizen met de kinderen? Geen één! Allemaal weg!

Daarom dat ik dan ook tegen meneer onderdeappelboom zei: ‘Ok, mail jij maar verder met iedereen; we zien wel wat ervan komt’.

Ook met angstzweet in de handen kan een mens vooruit…

Terwijl wij in ons gezin de voor en tegens afwogen, deden de kandidaat-ruilgezinnen hetzelfde. En ze waren enthousiast. Allemaal. En dus zei meneer onderdeappelboom: ‘We moeten eens gaan beslissen…’

Natuurlijk waren de opties al voortdurend de reveu gepasseerd in ons hoofd. Hadden we de prentjes van de mogelijke huizen bekeken en aan onze kinderen getoond. Natuurlijk was ik ook alweer helemaal gecharmeerd omdat één van de gezinnen ook een tweeling heeft, en dan nog een derde kindje (= idiote tweelingmama-emotie). (Eén van de basistips bij huisruil is overigens: ruil met een gezin dat in dezelfde levensfase is als jij; dan passen jullie huizen wellicht goed bij elkaar, en heb je – mogelijks – ook begrip voor puzzelstukken die in een zetel opduiken of dergelijke meer).

En ja, toen,… toen begonnen we China zo gek niet meer te vinden. Enfin, nog steeds verschrikkelijk gek. Ondraaglijk beangstigend. Maar anderzijds: het leven in een expatwijk, het soort van ‘bubble’ die we anders koste wat het kost zouden vermijden, is misschien toch wel de ideale tussenweg om voor het eerst met kinderen naar een ander continent te trekken. Blijkt de andere cultuur te shockerend, is er behoefte aan rust, dan is er het huis en de wijk om ons in terug te trekken. En hoe vaak zouden we zo’n kans nog krijgen?

En aldus gebeurde het dat meneer onderdeappelboom op een vroege ochtend in de niet-zo-winterse februarimaand naar de Connections-shop op Zaventem trok, en terugkwam met vijf retourtickets Brussel-Beijing…

 

Lees ook het eerste bericht over Huisruil in het algemeen.

Over ecologisch reizen

Terwijl de regen buiten de frele rozen geselt en de pioenen tot tegen het gazon knalt, terwijl ik me zorgen maak over hoog bezoek van komend weekend dat meer van tuinen en natuur weet dan ik, terwijl ik graag wat bloemen zou gaan fotograferen om het gebrek aan respons op mijn communieberichten goed te maken(;-) ), terwijl ik aan mijn kroost denk die ik veel te licht heb aangekleed waardoor ze nu bibberend de schoolreis doorstaan, terwijl en doorheen dit alles: denk ik aan vakantie. En u misschien ook? U zou het in elk geval moeten doen.

Op deze blog kon je al enkele uitstapjes naar Frankrijk volgen (hier zo en hier ook). (En als je een heel geduldige lezer bent, heb je misschien ook ooit gelezen over rugzakreizen lang geleden.)  In totaal gingen we, sinds de geboorte van de drie kleine appeltjes, al vier keer  naar Frankrijk. En plots was het genoeg geweest. De rugzak afzweren, tot daar aan toe. Voorzichtjes in de buurt blijven: ook goed. Maar wéér naar Frankrijk. Nee, dat mocht – bijvoorbeeld – ook wel eens Italië zijn.

Mevrouw onderdeappelboom toog aan het zoeken, en bracht meneer onderdeappelboom het verdict: ‘amai, dat is wel duur’. Want we wilden uiteraard naar Toscane. En mevrouw onderdeappelboom liet haar oog vallen op een ecologische agriturismo. En als we met het vliegtuig zouden gaan, dan zouden we ook nog een auto moeten huren. En Toscane op zich is ook nog eens zeer duur… We zouden nauwelijks moeite moeten doen om 3000 euro uit te geven, en het zou niet verbazend zijn als het eindbedrag, inclusief maaltijden, nog hoger zou zijn.  ‘Amai’, zei meneer onderdeappelboom. ‘Dat valt tegen.’

En aldus kwam ik ertoe te zeggen wat ik al een tijdje dacht. Wat weinig mensen lijken te doen. Wat zo iets voor halfgaargroene types lijkt te zijn met lak aan luxe en persoonlijk bezit. Enfin, zo helemaal niets voor wij halfgroene tussenintypes.

Maar ik zei: ‘Huisruil’.

Meneer onderdeappelboom keek terug. Het was enkele minuten erg stil.

‘Goed’, zei hij toen. ‘Regel het maar’.  (dat laatste is niet gemakzuchtig, wij nemen ‘taken’ om de beurt voor onze rekening, want we hebben gemerkt dat van gezamenlijk overleg ons hoofd ontploft, en zo moeten we altijd maar aan de helft van de dingen denken :-)).

1. Waarom huisruil?

Er zijn vier goede redenen voor huisruil:

1. Het is goedkoop: je moet ter plaatse immers geen vakantiehuis huren

2. Je moet minder meezeulen dan bij kamperen: inboedel, speelgoed, fietsen: het is er meestal allemaal al.

3. De titel van dit stuk en voor veel mensen de voornaamste reden: het is ecologisch.  Want hoe gek is het immers om (bijvoorbeeld) in Zuid-Frankrijk een vakantiepark te gaan bouwen voor toeristen uit Nederland, en in Nederland één voor toeristen uit Frankrijk, terwijl de huizen van die toeristen in kwestie gewoon leeg staan? Wat een verspilling! (Temeer daar vakantieparken eerder bij uitzondering dan bij regel volgens ecologische principes worden gebouwd).

4. Terwijl je weg bent, is er ook iemand die voor jouw huis zorgt. Dat is erg veilig in termen van diefstalbeveiliging, en op de koop toe wordt je gras afgereden, krijgen de kippen te eten, en worden de kamerplanten van een geut water voorzien.

 

2. De risico’s van huisruil (en de tegenargumenten)

Maar uiteraard: zeg tegen om het even wie dat je gaat reizen met huisruil, en je krijgt standaard de retourvraag: ‘Oei, vertrouw je dat wel?. (ok, heel soms is er ook positieve respons, maar die is zeldzaam :-))

Huisruil is inderdaad ten dele een kwestie van vertrouwen. Je moet ervan uitgaan dat het andere gezin zich in jouw huis gedraagt. Dat het zich aan afspraken houdt.  Het goede is echter: dat gezin in jouw huis kijkt met dezelfde angst en vertrouwen naar wat jij in hun huis uitspookt. En het feit dat je tegelijk elkaars huis bezet, houdt het respect wonderbaarlijk in evenwicht.

Ervaren huisruilers zullen zeggen dat huisruilfamilies simpelweg niet het soort mensen zijn dat verkeerde dingen doet. Dat het typisch mensen zijn met veel respect voor elkaar en elkaars eigendom, natuur, dieren, enz. Persoonlijk heb ik daar niet veel aan, aan zo van die door huisruilers zelf uitgesproken wat-zijn-we-lief-boodschappen. Eerder word ik er zelfs ongerust van. Maar er is gelukkig ook  steeds meer onafhankelijk onderzoek naar huisruil. Daaruit blijkt niet alleen dat het aantal huisruilers het laatste decennium met rasse schreden is toegenomen (door de opkomst van internet uiteraard), maar ook dat een ruime 98% van de huisruilers uitermate tevreden is, en elke tevreden huisruiler een lange aaneenrijging van meerder huisruilen start na de eerste. Het kleine aantal mensen dat niet tevreden is, is ontevreden omdat de huisruil niet doorgegaan is. Dat is inderdaad het grootste risico: als het gezin van het huis waar je heen wil de dag voor vertrek beslist toch niet op reis te gaan, dan is er erg weinig wat je daaraan kan doen.

Een andere angst is diefstal: wat als ze je huis leegroven? Welnu, dan is de kans vrij groot dat je meteen weet wie de dader is en je die met naam en adres kan aanwijzen (dit is een punt waarop ik straks terugkomt: vraag altijd een kopie van hun identiteitskaart). Daarnaast: als je ruilt met mensen op vliegafstand, is de kans op diefstal minimaal (of dacht je dat je met een flatscreen zonder doos of aankoopbewijs door de douane raakt?).  Het enige echt reële risico is vandalisme: als zij zin hebben om een pot roze verf tegen je keuken aan te gooien, dan kunnen ze dat. En zoiets bij thuiskomst ontdekken moet zeer erg zijn. Maar ook hier geldt: je weet wie het gedaan heeft, en (zie verderop) je bent ertegen verzekerd.

En dan de laatste angst: wat met privacy? Wel, als je teveel gehecht bent aan privacy, dan begin je er beter niet aan. Je moet het inderdaad kunnen verdragen dat andere mensen in jouw huis lopen, in je zetel zitten en in je bed liggen. Onze kleine appeltjes waren daar eerst wat ongelukkig over: ‘gaan zij dan met mijn speelgoed spelen?’ Maar wij vinden het belangrijk dat ze niet te gehecht zijn aan materiële zaken en bereid zijn te delen. Het antwoord: ‘Ja, en jij met hun spelletjes’ deed verder ook wonderen :-). Voor de rest: ik vind het een fijn idee dat andere mensen van mijn huis kunnen genieten als ik er niet ben; dat het een ruimer doel dient, als het ware. Ik ga er ook van uit dat hun onderbroeken eruit zien als de mijne, en elk huis zijn rommelkot heeft. En van alles wat je niet wil dat ze het zien: steek die in een doos, en breng de doos naar familie of vrienden.

 

3. De beveiliging

Zoals gezegd: al te zweverig en vol vertrouwen moet het nu ook weer niet zijn. Documenten is wat je nodig hebt. Om te beginnen:

– DE INSCHRIJVING: alle huisruilwebsites werken met betalende inschrijving. Dat is meestal ongeveer 200 euro per jaar. Dat is niet niets, maar het brengt een veilige preselectie met zich mee: niemand gaat zich voor de lol inschrijven; en een nepprofiel aanmaken voor 200 euro, dat is ook al wat vergezocht. Daarnaast moet je betalen met visa. Daar zit normaal een identiteitskaart aan vast. Bij inschrijving worden dergelijke gegevens ook gevraagd. Hoewel je die van je kandidaat-huisruiler zelf niet kan zien, kan je wel aan de moderator van de website vragen te checken of de persoon in kwestie effectief bestaat.

– HET HUISRUILCONTRACT: stel altijd een contract op. Ook hier geven de websites vaak voorbeelden. Zorg er altijd voor dat alle identiteitsgegevens en de correcte data erin staan, en voeg er rubrieken aan toe die je nodig acht (bijvoorbeeld: mogen ze je handdoeken gebruiken, of moeten ze die zelf meebrengen, wat met het gebruik van de vaste telefoon, van wie krijgen ze een sleutel, enz.) Vraag daarnaast altijd om aan het contract een kopie van het internationaal paspoort toe te voegen, en eventueel een kopie van de vluchtreservatie. Probeer vooraf echt zoveel mogelijk te mailen, eventueel te skypen of facebooken of chatten, enz. zodat je je zoveel mogelijk op je gemak voelt, en alle kleine dingen besproken hebt.

– DE VERZEKERING: de banken springen op de kar van de stijgende populariteit van huisruil. KBC biedt haar eigen huisruilverzekering aan, Belfius heeft modules in de familiale verzekering hiervoor, enz. Informeer je hierover dus bij je bank.

– DE AUTO: ook voor de auto wordt vaak een ruilovereenkomst gesloten. Maak ook hier een contract op en spreek de verzekering aan. Je hebt het in een mum van tijd geregeld, en kan op je nieuwe vakantieadres zo in hun auto stappen.

 

4. Kies een website

Toen ik al het bovenstaande uitgevogeld had, was het tijd om er echt aan te beginnen. Er blijken heel wat websites te bestaan, en ik heb over geen enkele klachten gevonden. Taxistop, home-exchange en Homelink International zijn de bekendste, maar er zijn er ook nog andere. Bekijk een beetje waar je eventueel heen wil. Sommige websites hebben iets meer aanbiedingen uit Amerika, andere meer uit het Oostblok, enz.

Op een huisruilwebsite moet je niet discreet doen. Veel foto’s, van alle kamers van het huis, van de tuin, het vooraanzicht, de omgeving en eentje van jezelf zijn de boodschap. Prijs je huis ook aan. Want dit is wel het ontgoochelende: waar ik van frisgroene vooroordelen vertrok, moest ik gaandeweg ontdekken dat huisruil ook maar een volgend medium is waarop je de aantrekkelijkheid van de woning gaat beoordelen. Een pinterest met immovakantiekantjes als het ware. Twee aanbiedingen uit Frankrijk? Ja, dan krijgt dat huis met royale slaapkamer met uitzicht op de rivier wel voorrang op dat appartementje in de buitenring van Toulouse.  Erg eerlijk voelt dat niet. Ook op huisruil zullen gezinnen met erg kleine behuizing het moeilijk hebben. Tenzij ze in centrum Londen wonen natuurlijk. En dat voelt toch slecht aan, waardoor ik eens moet nadenken of ik er een oplossing voor zie.

Beschrijf ook uitgebreid de omgeving, de faciliteiten, of je auto ter beschikking staat, of je rokers of huisdieren verwelkomt of niet, enz.

 

5. Met wie kan ik ruilen?

Nog zo’n standaardvraag: wie wil in godsnaam huisruilen met een modale gezinswoning in pakweg  Bilzen of Belsele? Veel mensen, zo blijkt. Vooreerst kijk je bij huisruil op een andere manier naar locatie. Als je betaalt voor een vakantiehuis wil je waar voor je geld, en dus liefst iets dichtbij de plaatsen die je wil bezoeken. Bij huisruil kies je in de eerste plaats voor een aangenaam verblijf. Je weet dat je woning ook zo comfortabel zal zijn dat het leuk kan zijn wat tijd ter plaatse door te brengen. Dat je dan 30 minuten ipv 5 minuten moet rijden vooraleer je in Stockholm of Barcelona bent, wat maakt dat dan uit?

Daarnaast, een volledig correct cliché: voor Amerikanen wonen wij allemaal vlakbij Brussel, Parijs èn Berlijn. Afstand doet hen niets; we wonen allemaal ‘in Europe’.  Als je graag eens naar Amerika of Canada wil, dan is huisruil echt wel dé markt.

En dan kan je beginnen. Je stuurt verzoekjes naar mensen en locaties die je interesseren. Je kunt er gerust 10 tegelijk sturen; zoals in mailverkeer is het ook hier zo dat lang niet iedereen antwoordt. En aldus verstuurden wij heel wat verzoekjes naar Italië. Helaas: zowat de hele wereld wil naar Toscane. Dus een huisruiler in Firenze zal in dit geval wellicht toch echt niet naar Wachtebeke of Gullegem willen gaan. Die kiest uit het grandioze aanbod dat hij krijgt iets veel beters. Andere plekken in Italië zijn wel mogelijk, maar het blijft een beetje vechten tegen overaanbod.

Dan maar ‘change of plans’. Als we nu eens naar Zweden zouden gaan? Dat leverde twee soorten antwoorden op. De ene soort zei ‘ thank you for your offer, but we are looking for a place somewhat warmer’. Zoals bijvoorbeeld: Toscane :-). Ok, als ik een Zweed was, dan wou ik ook wel eens naar een warmere plek. En het andere soort antwoord: ‘unfortunately we already made other arrangements’. Slik, we waren te laat! En het was nog maar januari!! Uit deze laatste reeks hielden we er drie over die volgend jaar wel eens opnieuw willen nadenken over een huisruil met ons. En wij waren nog altijd nergens.

En dit hadden we kunnen weten: huisruil werkt moeilijk als je persé naar een bepaalde stad of land wilt. Je moet je eerder openstellen voor wie naar jouw land wil komen (toch als je niet in Firenze woont).  En aldus veranderden we van tactiek, terwijl meneer onderdeappelboom het even van mij overnam. Op de meeste websites kan je namelijk ook zoeken op wie naar België wil komen. Uit die selectie koos meneer onderdeappelboom 20 adresjes waar hij een vrijblijvend mailtje naar toe stuurde. En warempel: een week later konden we ruilen met Barcelona,  Portugal, Noorwegen, Denemarken, Ijsland, Canada (2x), Amerika (3x) en met een Hollands gezin. En in de weken die erop volgden kregen we alsnog verzoekjes (dus geen antwoord op onze vraag, maar op hun initiatief) voor huisruil met mensen uit Frankrijk, voor weekendjes of paasvakantie in Nederland, en zelfs iemand uit hartje Parijs die hun kersttijd wel eens buiten de stad wilden doorbrengen. Dus restte ons niets anders dan wat conversaties op te starten, en uiteindelijk te kiezen…

 

Lees verder: Huisruil, de keuze